| Nederlandse naam : |
Hanekam |
| Familie : |
Amaranthaceae |
| Eenjarige snijbloemen, welke in ons
klimaat slechts in de kas geteeld kunnen worden. De familie
bestaat uit twee soorten, nl. de C. plumosa, welke zich
kenmerkt door een pluimvormige bloeiwijze en de C. cristata,
welke ook wel 'Hanekam' genoemd wordt. Hierin zijn twee
cultivargroepen te onderscheiden, nl de bolvormige soorten en
de echte Hanekammen (C. 'Bombay'). Celosia is zeer gevoelig
voor zoute gronden en gronden met een slechte structuur. |
| Kieming : |
10 tot 14 dagen bij 19-22 o C. Celosia is een
lichtkiemer, daarom niet of nauwelijks afdekken. |
| Zaaitijd kasteelt: |
Mogelijk van begin april tot en met juni. De
teeltduur van de C. plumosa is afhankelijk van het
zaaitijdstip 8-12 weken. De teeltduur van de C. cristata is
11-14 weken. Per kleur kunnen verschillen optreden. |
| Zaaitijd buitenteelt: |
Buitenteelt is helaas niet mogelijk |
| Zaadverbruik: |
2000 zaden per gram. Voor 1.000 planten ongeveer
2 gram nodig. Voor regelzaai ongeveer 5 gram zaad nodig voor
100 m2. Let er bij de zaadbestelling op iets meer zaad dan
benodigd te bestellen i.v.m. het zaadbakje van het
zaaimachine, dat gevuld moet blijven voor een goede verzaaiing.
Rijafstand 25-30 cm. |
| Ziekten |
Celosia's kunnen veel last hebben van luis, die,
vooral als de kammen gevormd zijn, moeilijk te bestrijden is.
Celosia is ook gevoelig voor 'zwarte pootjes', een andere
benaming voor rhizoctonia. De schimmel ontwikkelt zich
optimaal onder warme, vochtige omstandigheden. De schimmel
tast het plantje aan op de grens van lucht en grond. Een
aangetaste plant is te herkennen aan een insnoering van de
steel net boven de grond. De aangetaste stengel kleurt
bruin/zwart en het plantje gaat slap. |