TEELTBESCHRIJVING 


Nederlandse naam : Riddersporen
Familie : Ranunculaceae
Riddersporen zijn uitstekende snijbloemen, welke ook veel geteeld worden om te drogen. De lengte van de takken is 
ongeveer 100 cm. De tak is van boven bezet met bloemen. Delphinium consolida (= imperialis) is een soort die enigszins
 vertakt. Voor de kasteelt is het soort 'Sydney' verkrijgbaar, welke minder vertakt en een grotere uniformiteit bezit.
Kieming : 18 tot 25 dagen bij 12-16 o C., delphinium kiemt onder koele omstandigheden het beste.

 

Zaaitijd kasteelt: De D.consolida biedt mogelijkheden voor bloeivervroeging in de kas. Veelal wordt er bij vroege plantingen uitgegaan van plantmateriaal uit zaaikisten ofpluggen. Het is van belang om een klein plantje uit te planten, daar het gewaseen penwortel vormt. Te grote planten vergroten de kans op beschadiging van de wortel. Bovendien gaan te grote planten sneller over op knopvorming, met als gevolg een kortere steellengte. Ze zijn daardoor wel iets sneller in bloei. Veelal wordt er in de periode februari/ maart geplant. De plantdichtheid bedraagt 64 planten per m2. Directzaai is ook mogelijk, men dient dan te zaaien vanaf eind januari, onder gunstige temperaturen (hoger dan 10 o C).
Zaaitijd buitenteelt: Een goede kwaliteit krijgt men van buitenteelt als er vanaf de tweede week tot de laatste week van april wordt gezaaid. Wanner men eerder zaait, is er een kans op vorstschade, wanneer men later zaait blijft het gewas te kort. Er worden vier, vijf of zes rijen per 1,20 m bedbreedte gezaaid. In de praktijk wordt er niet uitgedund.
Zaadverbruik:  400 zaden per gram. Voor 1.000 planten ongeveer 5 gram nodig.
Voor regelzaai ongeveer 100 gram zaad nodig voor 100 m2.
Rijafstand 20-30 cm. Bij gebruik van Thilot zaaimachine gaatje 5-6 gebruiken.
Ziekten Wegval van kiemplanten
Er treedt bruinverkleuring op van het weefsel op de grens lucht-grond. Ook dieper gelegen weefsels worden aangetast, waardoor het watertransport stopt.
- Pythium : het worteltje is glazig
- Rhizoctonia : op scheiding lucht-grond een insnoering.
De beste methode om deze ziekten te voorkomen is uitgaan van gecoat zaad. Het zaad krijgt in dit geval een omhulsel, waarin een beschermingsmiddel verwerkt is, b.v. thiram.

Bladvlekkenziekte (Phoma exigua, Ascochyta)
De schimmel treedt vooral op bij natte omstandigheden en veroorzaakt zwarte vlekken op blad, stengel en bloem. Vaak treedt misvorming op van stengel en bloem. De aantasting bevindt zich vooral onderin het gewas, terwijl bijzwaardere aantastingen ook de stengel en bloem aangetast kunnen worden. Vooral de vroeg gezaaide delphiniums zijn vatbaar.

Kroonrot (Sclerotinia rolfisii en S. delphinii)
De planten verwelken en vallen om door rotting van de stengelvoet. Tussen de wortels zijn geelbruine sclerotiën te vinden.

Echte meeldauw (Erysiphe ranunculi)
Gewassen met een stagnerende groei worden veelal als eerste aangetast door de echte meeldauwschimmel. Vooral de witte cultivars zijn zeer gevoelig. Echte meeldauw veroorzaakt een wit schimmelovertrek op de bladeren, stengel en bloemknoppen. Als gevolg van de aanwezigheid van schimmelpluis trekken de bladeren krom. Het schimmelpluis is losjes aan de opperhuid van het blad gehecht. De lucht ruikt op een aangetaste plek wat muf.