| Nederlandse naam : |
Matricaria - Kamille |
| Familie : |
Compositae |
Volgens de laatste gegevens is de
juiste naam voor Matricaria tanacetum parthenium, doch in de
handel spreekt men ook van Chrysanthemum parthenium. Van
oorsprong komt het gewas voor in Europa. Niet alle voorkomende
soorten zijn voor de snijbloemenproduktie geschikt. Het
sortiment is de laatste jaren sterk in beweging. De
vermeerderingsbedrijven maken eigen rassen en selecties. Het
huidige sortiment is ondoorzichtig. De belangrijkste soorten
kunnen worden ingedeeld naar bloeiwijze:
1. Enkelbloemigen. De bloem van de enkelbloemige Matricaria
bestaat uit witte lintbloemen en gele buisbloemen. De naam M.
capensis wordt ten onrechte veelvuldig gebruikt voor dit type.
De enkelbloemigen zijn uitstekend geschikt voor
jaarrondkultuur. De gewasgroei en bloei verlopen zeer
gelijkmatig. Een eenmalige oogst is mogelijk.
2. Gevuldbloemigen. Onder de gevuldbloemigen vallen de zgn.
knoopjestypen. De bloemen bestaan uit uitsluitend witte of
gele buisbloemen. In de loop van de jaren zijn rassen
ontwikkeld welke zich in tegenstelling tot de eerste rassen
goed lenen voor een najaars- of wintercultuur. Ook van de gele
Goldball zijn diverse selecties in de handel. De lengtegroei
van de gele cultivars verloopt in het algemeen moeizamer dan
van de witte cultivars. |
| Kieming : |
18 tot 25 dagen bij 18-25 o C. |
| Zaaitijd kasteelt: |
Matricaria is geschikt voor jaarrondkultuur. De
teeltduur varieert al naar gelang het teeltseizoen. In
onderstaande tabel is de teeltduur globaal aangegeven voor de
vier beplantingen. Uitgangspunt is hierbij het knoopjestype
(wit). De teeltduur van de enkele matricaria is 10-14 dagen
korter. Matricaria is een lange dagplant. De kritische
daglengte ligt op veertien uur. Dit betekent dat het gewas in
bepaalde perioden van het jaar moet worden belicht. Gedurende
de periode 1 augustus t/m 1 maart is belichting een noodzaak
voor bloeirealisatie. |
| Zaaitijd buitenteelt: |
Voor de buitenteelt wordt uitgegaan van ter
plaatse zaaien of van plantmateriaal. Uitplanten gebeurt in de
loop van mei als de kans op vorst is verstreken. De
natuurlijke daglengte is in deze periode al toegenomen naar 15
uur. Onder invloed van de natuurlijke lange dag zal het gewas
snel op knopvorming overgaan. Korte gewassen zijn het gevolg.
Via een bespuiting met een strekkingshormoon , rassenkeuze en
selectie is hierin verbetering te brengen. Matricaria is
gevoelig op het zachte blad. Onderin het gewas treedt
gemakkelijk bladvergeling en bladafsterving op. |
| Zaadverbruik: |
6000 zaden per gram. Voor 1.000 planten ongeveer
½ gram nodig.
Voor regelzaai ongeveer 7 gram zaad nodig voor 100 m2.Rijafstand
25-30 cm.
Bij gebruik van Thilot zaaimachine gaatje 1 gebruiken (mengen
met suiker). |
| Ziekten |
Mineervlieg
Controleer het gewas, ook achter in de kas, regelmatig op
voedingsstippen en mineergangen. Op gele signaleringsplaten
kan goed worden waargenomen of volwassen mineervliegen in de
kas zijn. Om aantasting te voorkomen kan het beste een
voorbehoedend bestrijdingsschema worden gevolgd.
Pythium
Pythium kan veel problemen geven bij de start. De wortels
worden bruin en sterven af. De wortelschors kan worden
afgestroopt van de centrale cilinder van de wortel. Door het
slecht functioneren van het wortelstelsel kan het gewas slap
gaan, en kunnen gebreksverschijnselen optreden. Pythium is een
zwakte parasiet en treedt op wanneer de omstandigheden voor de
plant niet ideaal zijn. Zorg dus voor een goede
luchtwaterhuishouding in de grond. Voorkom structuurproblemen
en zorg voor een goede watervoorziening. Geef korte
gietbeurten in het beginstadium; de perspotjes moeten droger
zijn dan de grond, zodat de wortels de perspot uit willen. Ook
gezond uitgangsmateriaal, goed doorworteld en niet bewaard,
voorkomt pythiumaantastingen. Daarnaast kan bij hoge
infectiedruk het uitruimen van gewasresten veel problemen
voorkomen. |