| Nederlandse naam : |
Juffertje-in-'t Groen |
| Familie : |
Ranunculaceae |
| Nigella is een wat merkwaardige
plant; de bloemen zijn blauw of wit, omgeven door een
veeldelig omwindsel. De kelkbladeren hebben vaak een groene
top of nerf. Verder zijn de zaaddozen van de nigella zeer
geschikt om te drogen en bijzonder dekoratief. Nigella wordt
voornamelijk gebruikt voor de drogerij en als snijbloem. Er
zijn twee geslachten voor deze teelt beschikbaar, t.w. Nigella
damascena (juffertje in 't groen) en Nigella orientalis. Voor
de professionele teelt van Nigella damascena gebruikt men voor
het overgrote gedeelte de Miss- Jekyll-soorten, voor de teelt
van Nigellla orientalis gebruikt men de Nigella orientalis
Transformer. Voor de bloem wordt er geoogst als er enkele
bloemen open zijn; voor de zaaddozen later, als de dozen van
groen naar roodbruin gaan verkleuren. |
| Kieming : |
10 tot 18 dagen bij 18-23 o C. |
| Zaaitijd kasteelt: |
Vanaf begin maart tot eind juni. |
| Zaaitijd buitenteelt: |
Vanaf april tot begin juni. |
| Zaadverbruik: |
400 zaden per gram. Voor 1.000 planten ongeveer
5 gram nodig.
Voor regelzaai ongeveer 100 gram zaad nodig voor 100 m2.
Aantal te oogsten bossen per 100 m2 is 600. Rijafstand 25-30
cm. Bij gebruik van Thilot zaaimachine gaatje 4 - 5 gebruiken.
Nigella Transformer zaaien op gaatje 9. |
| Ziekten |
Aan het einde van de teelt kan de hoofdknop soms
dood gaan door Botrytis. Er ontstaan bruinachtige, slijmerige
natte koppen. In een later stadium komen er duidelijke
schimmelsporen op de knoppen. Als de hoofdknop dood is, gaat
het gewas opnieuw zijtakken maken. Noodzakelijk lijkt het om
o.a. in de periode juli het gewas regelmatig te controleren
Nigella damascena is gevoelig voor het Noordelijk
wortelknobbelaaltje (Meloidogyne hapla). Het gewas blijft vaak
pleksgewijs achter (valplekken). Aan de wortels zitten kleine
knobbels. Bij sterke aantasting worden de kiemplantjes geel en
vallen weg. |